La Serrana: een Nederlandse danseres in Sevilla
Vanuit Nederland naar Sevilla
vertrekken om daar je eigen flamenco-gezelschap te formeren en een
succesvolle dansschool te runnen. Dat lijkt voor niemand weggelegd.
Toch is het La Serrana, ofwel Manon van der Ham, twaalf jaar geleden
gelukt. Reden genoeg voor ons om als Centro Flamenco Utrera eens uit
te zoeken hoe dat allemaal in elkaar zit. Wij zochten haar op.
Manon, om met de deur in huis te
vallen: hoe zet je als Nederlandse een professionele
flamencodanspratijk op in Sevilla?
Ik weet niet of ik daar een
standaard recept voor heb, ik heb geluk gehad. In 1999 ben ik naar
Sevilla vertrokken met de bedoeling daar een jaar te blijven.
Uiteindelijk is dat een beetje uit de hand gelopen: ik kreeg al snel
een kans om in de peña van de familie Farruco op te treden. De
familie Farruco vormt een zigeunerdynastie die zeer bepalend is voor
de flamencodans. Bij hen heb ik acht jaar lang (privé)les gehad.
Vervolgens ben ik mijn eigen dansschool en gezelschap gaan vormen.
Maar werd je daar als
buitenlandse wel geaccepteerd?
Dat was uiteindelijk natuurlijk
hartstikke moeilijk. Omdat het in het begin zo makkelijk leek te gaan
dacht ik: 'Oh dat gaat me wel lukken'. Binnen een jaar stond ik
immers al op het podium met Los Farruco, Spanjaarden vinden het
geweldig als iemand van buiten les komt nemen. Dan krijg je een ‘Olé’
toegeworpen als je ook maar één keer je linkerpink opsteekt. Maar
als je er echt een plekje wilt veroveren dan wordt het ineens een
stuk lastiger.
Stukje bij beetje heb ik mijn plekje
veroverd in Spanje. Als danseres ben ik in staat voorstellingen te
verzorgen, hoewel optreden op festivals moeilijk blijft. Daar moet je
namelijk elke keer weer je plaats bevechten. Vooral als docent heb ik
in Spanje dingen te bieden die ze daar, gek genoeg, niet hebben.
Wat heb jij dan wel te bieden dat
je Spaanse collega's niet hebben?
Het is vaak zo dat de grote
Spaanse docenten en dansers een goed voorbeeld zijn. Het ligt dan aan
jouw kopieerfunctie wat je daar wel of niet van overneemt. En zo
leert de Spaanse leerling ook: ze doen het na en doen dat heel goed
óf haken af. Ik heb geleerd om dingen uit te leggen. Dat helpt
buitenlanders natuurlijk enorm, maar is ook nuttig voor mensen uit
Spanje zelf. Zeker Spanjaarden die zelf niet uit de flamencowereld
komen weten vaak ook niet dat er structuur zit in bepaalde dingen.
Veel techniek compenseert een tekort
aan inzicht niet. Ook bij professionals vraag ik me wel eens af of ze
horen wat ze dansen, of ze naar de letra luisteren. Ik heb dat
bijvoorbeeld geleerd van Farruquito. Al heel snel in mijn opleiding
vroeg hij me: “hoeveel dansers ken jij die met gitarist, zanger en
een overhemd het podium op kunnen”. Hij bedoelde dat je moet
luisteren naar de zang, weten hoe het in elkaar zit en dat je
materiaal hebt dat je als blokken uit een blokkendoos kan gebruiken.
Op het podium kan je het er dan op aan laten komen wat voor
kasteeltje je van die blokken neerzet.
Is er niet eerst heel veel kennis
van techniek voor nodig om te kunnen improviseren?
Nee, heb ik me gerealiseerd dat je dat
met een laag technisch niveau ook kan doen. Als je kennis hebt van de
flamencostructuur ga je flamenco ook beter aanvoelen en wordt het
allemaal nog veel leuker. En dat is waar mensen naar toe willen: je
eigen passie voelen en lekker dansen.
Techniek kan een valkuil zijn waar ik
ook wel eens in stap. Van Farruquito heb ik veel complex voetenwerk
geleerd dat ik ook gebruik. Maar dan zie ik grote danseressen als
Pastora Galvan of Leonor Real die in een tablao een voetenwerkje
gebruiken waar ik mijn warming-up mee doe. Dat had ik dan
afgeserveerd als te eenvoudig, maar zij laten zien dat je dat toch
prima in een dans kan plaatsen. Het hoeft niet van een hoog
technisch niveau te zijn om compleet te zijn, zolang je jezelf erin
kunt uiten.’
En dan praktisch: hoe komt dat
terug in je lessen?
Ik heb daarvoor mijn eigen
lesmethodiek ontwikkeld. Ik denk dat je techniek en improvisatie
apart moet zien en dat scheid ik dan ook. Het is de bedoeling dat dit
na verloop van tijd samen komt; dat je iets hoort in de muziek en
denkt “Ah, hier hoort een voetwerkje”, en dat je op dat moment
ook een voetenwerkje paraat hebt.
In technieklessen ontstaat altijd een
lekkere werksfeer, zo van: Jongens dit is techniek, lekker hard
werken en we gaan ervoor. Bij improvisatie ontstaat vaak een grote
saamhorigheid. Want iedereen heeft wel iets leuks, iedereen heeft wel
iets moois. Al was het alleen maar het feit: ik durf niet maar ik ga
toch in de kring met mijn ogen dicht staan. Die persoon heeft
zichzelf ook overwonnen, want hij is daar toch maar gaan staan.
Iedereen heeft dan toch op zijn niveau een hele waardevolle
ervaring.
Als we nu even terug gaan naar
het begin, hoe ben je eigenlijk in de flamenco terecht gekomen?
Toen ik drie jaar was gingen we op
vakantie naar Spanje en daar zag ik van die dames in jurken met
stippen en dat wilde ik natuurlijk ook. Maar ik ben opgegroeid in een
dorp en daar was geen flamenco. Toen ik later ging studeren in Leiden
heb ik flamencolessen gevolgd bij Masha Meijman en Josien Locher en
heb ik daarnaast de nodige workshops gevolgd in Spanje. Na vijf jaar
les ben ik naar Sevilla vertrokken.
En hoe ziet je huidige praktijk
er uit?
Sinds 2004 heb ik met mijn eigen
gezelschap al drie voorstellingen op de planken gezet. Dit is meestal
traditionele flamenco in de zin van zang, dans en gitaar maar dan
gebaseerd op improvisatie. Verder ben ik pas op tournee geweest met
een voorstelling waarvan ik zelf alle teksten heb geschreven. Dat is
wel heel bijzonder want het gebeurd niet vaak dat flamencodansers hun
eigen teksten schrijven. In mijn gezelschap werk ik met Juan Campallo
en Luiz Amador. Ook werk ik met 'El Choro', een danser die echt in
opkomst is.
Op een gegeven moment ben ik workshops
gaan geven in Nederland. Dat is langzamerhand uitgebreid. Ik heb veel
leerlingen die zeggen dat mijn manier toch van les geven toch anders
is, dat ik ze leer doen wat ze zelf willen met de technieken die ze
al hebben. Dat wordt ook aan anderen doorgegeven. Zo ben ik in de VS,
in Ierland en op Malta geweest om workshops en lessen te verzorgen.
Daarnaast ben ik ook verbonden aan het tv-programma 'Op zoek naar
Zorro' waar ik de flamencolessen voor de jongens verzorg. Dat is
natuurlijk weer heel wat anders, maar ook heel erg leuk.
Op 25 t/m 27 februari 2011 geeft La Serrana twee workshops in Utrecht
veronique boutens
schreef op 09-04-2012
zaterdag 14 april vertrekken we voor 1 week naar Spanje. We willen Sevilla bezoeken en heel graag een flamenco les volgen. Is dat mogelijk en op welke dag?
Hartelijke groet, Veronique
nancy
schreef op 27-08-2011
net terug van dansles bij Maria "La Serrana" is gewoon een pracht van een vrouw .Ze stelt je zo op je gemak en haalt het beste uit je .Super genoten ....Een wonder van een vrouw alleen al als ze ademt is het wauw je krijgt er kippenvel van de kleinste eenvoudigste beweging maakt haar zo groots