Suzanne Jongerius
Suzanne Jongerius (14) was 7 jaar toen ze in de kindergroep ging dansen bij Mari. ‘Ik vond het meteen leuk. Je moet een grote rok aan en schoenen met hakken, wat heel anders is dan bij andere dansen. Als meisje van zeven vind je dat prachtig om je zo te verkleden. Nu nog trouwens hoor, alleen raak je er wat meer aan gewend. Wat ik ook altijd fijn vind is dat de lessen heel gezellig zijn. Je moet best goed opletten, daar niet van. Maar het is toch ontspannen, er is ruimte voor een grapje tussendoor, en vaak drinken we na de les nog even wat met z’n allen aan de bar. Bij mij op school vinden ze het wel een beetje apart natuurlijk dat ik aan flamenco doe. Want niet veel mensen van mijn leeftijd hebben er iets mee. Maar uiteindelijk vinden ze het toch ook wel cool hoor vaak. D’r zijn natuurlijk niet veel dansen waarbij je die mooie rokken echt gebruikt in de dans op die manier, en die grote sjaal – die manton – en dat stampen blijft ook gaaf altijd. Vroeger vond ik het zingen trouwens zelf ook niet zo mooi, als ik heel eerlijk ben. Maar tegenwoordig steeds meer. Ik moest er echt aan wennen. Het is voor ons hier niet zo vanzelfsprekend in Nederland die stijl en de manier waarop ze de toonladders gebruiken. Het is heel anders dan anders. En toch: toch hoort de flamenco wel bij mij, denk ik, zo langzamerhand, na al die jaren.’